Verklaringen in de kamer bij het debat over de asielwet in 2006.

 

Woensdag 12 juli keurde de voltallige kamer de asielwet goed, meerderheid tegen oppositie. Vrijdag 14 juli volgde dan de goedkeuring in de senaat. We geven hierna enkele standpunten mee die werden uitgesproken in het parlement. Meer informatie kan je lezen in het beknopt verslag van de kamer

Dalila Douifi (sp.a-spirit): De sp.a-fractie vindt dat beide wetsontwerpen een belangrijke verbetering inhouden inzake het asiel- en migratiebeleid: in de toekomst zullen immers meer mensen die het echt nodig hebben, effectief bescherming krijgen via bijvoorbeeld het nieuwe verblijfsstatuut van de subsidiaire bescherming of via de regeling voor mensen die niet terugkunnen omwille van ernstige medische problemen. Het is bovendien belangrijk dat de hervorming er in de toekomst voor zorgt dat asielzoekers niet te lang in de procedure zullen zitten. We steunen dus de wetsontwerpen, omdat ze zonder twijfel een stap vooruit betekenen.
Tegelijkertijd betreurt mijn fractie dat er van de overgang naar de nieuwe asielprocedure geen gebruik wordt gemaakt om een aantal individuele dossiers uit het verleden te regulariseren, meer bepaald van mensen zonder papieren die hier al lang verblijven. Dit moest niet zonodig via het wetsontwerp worden geregeld, maar het kon en kan perfect via een nieuwe instructie of rondzendbrief met bijkomende criteria voor regularisaties. Voor de sp.a-fractie mag een langdurig illegaal verblijf geen wettelijk recht op regularisatie doen ontstaan, maar mensen zonder papieren moeten in bepaalde humanitaire omstandigheden van een individuele uitzonderingsprocedure gebruik kunnen maken. De posities bij de meerderheid zijn bekend, dit is gewoon een gemiste kans op een evenwichtig nieuw compromis.Vandaag was het ideale moment om daarover een akkoord te maken. Wij blijven aandringen op een instructie of rondzendbrief. Wij willen daarvoor graag de criteria mee bepalen en een strengere filter tot stand brengen.

Stijn Bex (sp.a-spirit): Vandaag worden twee wetsontwerpen behandeld die de migratie- en asielwetgeving grondig wijzigen. Zo wordt deDe internationale migratieproblematiek kan niet worden opgelost door strenge regels inzake asiel en gezinshereniging. Daarvoor is er nood aan een sterker uitgebouwde ontwikkelingssamenwerking die de situatie in de herkomstlanden aanzienlijk verbetert, aan een echt vrije wereldhandel waarin producten uit de derde wereld echte kansen krijgen op de internationale markten en aan een gecontroleerde migratie die een echte wisselwerking tussen de herkomstlanden en het Westen inhoudt. Belangrijke verwezenlijkingen in deze ontwerpen zijn het subsidiaire beschermingsstatuut voor vreemdelingen die om zwaarwichtige redenen niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. Ook de bescherming voor slachtoffers van mensenhandel wordt wettelijk verankerd. Ook kijken we uit naar alternatieven voor de opvang voor kinderen in gesloten asielcentra.Helaas werd geen compromis gevonden voor de problemen van het verleden. Sans papiers zijn weliswaar zelf minstens gedeeltelijk verantwoordelijk voor hun situatie, maar zijn kwetsbaar en verdienen onze aandacht. In de commissie inspireerden verschillende actiegroepen ons tot gewetensvolle reflectie. Het is dus niet zo dat een oekaze van de meerderheid werd gevolgd.
De oplossing ligt niet in het afnemen van de discretionaire, ministeriële bevoegdheden inzake regularisatie; een politieke controle blijft noodzakelijk.De cijfers van de dienst Vreemdelingenzaken bewijzen dat de categorie van de prangende humanitaire omstandigheden, vrij klein is. In 2005 werden 5 422 dossiers of 11 630 personen terecht geregulariseerd op grond van een langdurige procedure. Daar ben ik fier op. In dat jaar werden ook 236 regularisaties om medische redenen uitgevoerd, tevens een categorie die dit ontwerp terecht opneemt. Tot slot waren er vorig jaar 441 regularisaties op basis van prangende humanitaire omstandigheden, waarbij de gehanteerde criteria vaag zijn. Het gaat dan om een combinatie van factoren die bijzonder moeilijk in algemene, wettelijke regels kunnen worden gegoten.Wij zijn immers van oordeel dat er iets moet worden gedaan voor de mensen die al lang in een procedure zitten, rekening houdende met hun verzoek bij de Raad van State. Ook voor mensen die al eens een wettelijk verblijf hebben gehad en schoolgaande kinderen hebben, moeten we iets kunnen doen.
Spirit betreurt dat dit niet is gebeurd. Misschien biedt de toekomstige omzetting van een Europese richtlijn hier nog mogelijkheden. Dit moet in elk geval ter sprake komen bij de volgende regeringsonderhandelingen.

Dirk Claes (CD&V): Tijdens de hoorzitting hebben zowel bepaalde sociale organisaties als de administraties als oppositie en zelfs meerderheid een aantal goede voorstellen gedaan om de wet te verfijnen en te verbeteren, maar die voorstellen mogen blijkbaar niet gesteund worden.

Nahima Lanjri (CD&V): :Het is erg jammer dat er geen regularisatiecriteria in de wet zijn opgenomen. Het is goed dat er wel voorwaarden worden opgesomd die een regularisatie verhinderen – een gevaar voor de openbare veiligheid bijvoorbeeld –, maar criteria pro regularisatie ontbreken. Alleen het criterium 'ernstig zieke asielzoekers' wordt vermeld in de wet. Een lijst van criteria zou nochtans meer rechtszekerheid geven en de indruk van partijdigheid kunnen wegnemen. De discretionaire bevoegdheid is goed, maar moet volgens ons vergezeld gaan van een duidelijke motivatie door de minister. Bepaalde mensen moeten ook een tijdelijk statuut kunnen krijgen, onder meer mensen die niet onder de subsidiaire bescherming vallen of die door omstandigheden niet aan hun identiteitspapieren kunnen geraken. Zo'n statuut zou bijvoorbeeld vijf jaar geldig kunnen blijven, of zelfs minder lang, tot de situatie in het herkomstland een terugkeer toelaat.

Filip Anthuenis (VLD): Enkele fracties pleitten ervoor de criteria in de wet op te nemen die worden gehanteerd in het kader van individuele regularisatie, maar dat vind ik - net als mijn fractie - niet de goede oplossing. Het gaat immers om arbitraire en moeilijk te definiëren criteria. De minister moet een individuele appreciatiemarge krijgen, wat geen vorm van willekeur is, maar een humane benadering mogelijk maakt.

N-VA: Net als de heer Nimmegeers vinden wij dat in de wet de criteria voor regularisatie zouden moeten worden opgenomen. Ook de N-VA wil duidelijkheid; discretionaire bevoegdheid zou niet langer mogen spelen. Er moeten formele elementen pro en contra worden opgenomen, zoals inburgering of aanraking met het gerecht. Het uiteindelijke doel is een snelle definitieve uitspraak en bijgevolg de afschaffing van de regularisatie.

Minister Patrick Dewael : Het regeerakkoord van 2003 voorziet niet in een uitbreiding van die criteria. Voor de persoon die een aanvraag indient op grond van artikel 9.3 betwist ik uw bewering dat er geen criteria zijn!

In de commissie heb ik het herhaaldelijk over de criteria gehad. In totaal zijn er drie.
Ten eerste zal er rekening worden gehouden met de toestand van de personen wier asielprocedure te lang aansleept (3 à 4 jaar) en die geen gevaar vormen voor de openbare orde en het bewijs leveren dat ze zich al een beetje ingeburgerd hebben.
Ten tweede wordt ernstige ziekte als een regularisatiecriterium in de nieuwe wetgeving opgenomen.
Ten derde zijn de humanitaire omstandigheden of gronden erg moeilijk objectief vast te stellen.
Over sommige gevallen bestaat er eensgezindheid. Iedereen zal het ermee eens zijn dat ze niet onder de criteria vallen, maar dat de minister moet optreden. Daarom meen ik dat de drie opgesomde criteria overeenstemmen met de in 2003 overeengekomen vaste rechtspraak.

Nu al zijn er criteria zegt Minister Dewael: Het eerste criterium, een lange procedure van drie à vier jaar, zou na enkele jaren zonder voorwerp moeten zijn. Het criterium kwam er omdat er op een zeker ogenblik meer dan 40 000 aanvragen waren. Vandaag gaat het om minder dan 800 per maand, dus hebben we de zaak onder controle. Ziekte is het tweede criterium, prangende humanitaire omstandigheden het derde. Omdat dat laatste criterium haast niet op een objectieve manier te definiëren valt, moet de minister van Binnenlandse Zaken het op een discretionaire - niet op een arbitraire - manier toepassen. Hij is ter zake steeds verantwoording verschuldigd aan het Parlement. Sommigen vinden dat men deze kwestie aan een commissie moet overlaten, maar vaak komt men dan in laatste aanleg toch weer bij de minister terecht. Het gaat om een noodzakelijke bevoegdheid, niet om de bevoegdheid die ik het liefst uitoefenen.

VASTSTELLING: CD&V en NV-a evenals Sp.a -Spirit blijven pleiten voor regularisaties van de oude dossiers. UDEP Vlaanderen kan ze daar eerstdaags over aanspreken. Lees ook het volledig standpunt Sp.a hier