ROM opiniestuk
4-9-2009
Vreemdelingen
die willen werken moeten natuurlijk ook mogen werken.
Problemen bij de regularisatie door de eis van een arbeidskaart B
In de instructienota van 18 juli 2009 van de regering over de regularisatie van mensen zonder papieren staat in art 2.8.B dat een vreemdeling onder meer kan geregulariseerd worden mits allerlei voorwaarden en dat het dossier moet aangevuld worden met een arbeidscontract en met een positief advies betreffende de aangevraagde arbeidskaart B, afgeleverd door de Gewesten.
Die arbeidskaart B, vereist voor vreemdelingen die minder dan 5 jaar ononderbroken in België verblijven is in de praktijk meestal een onoverkomelijke hinderpaal.
De
wet voorziet dat een werkgever in België een buitenlandse
werknemer
slechts mag tewerkstellen voor zover het niet mogelijk blijkt om
binnen een redelijke termijn onder de werknemers die reeds op onze
arbeidsmarkt aanwezig zijn, iemand te vinden die - al dan niet na het
volgen van de nodige opleiding - geschikt is om de openstaande
vacature binnen een billijke termijn in te vullen. Dit heet het
"arbeidsmarktonderzoek". De arbeidsmarkt wordt ruim
bekeken: binnen België, maar ook de arbeidsmarkt van de
lidstaten
van de EU / EER, zelfs de nieuwe lidstaten
Bepaalde categorieën van vreemdelingen zijn vrijgesteld ( denk aan topsporters, leidinggevenden, vorsers, nieuwe EU onderdanen enz...)
De verplichting van een arbeidskaart B is normaal voor vreemdelingen in het buitenland die naar België willen komen werken. Deze eis nu verbinden aan de regularisatiecriteria is een vergissing en zal zware problemen geven. We zetten de problemen even op een rijtje.
Elk gewest
afzonderlijk is bevoegd inzake de aflevering van een arbeidskaart B
In
de praktijk weigert de administratie automatisch elke aanvraag om een
arbeidskaart voor een werknemer die niet behoort tot een van de
vrijgestelde categorieën van het arbeidsmarktonderzoek
De
minister kan in 'individuele behartenswaardige gevallen gevallen, om
economische of sociale redenen', een afwijking toestaan van het
arbeidsmarktonderzoek.
De
ervaring van het laatste
jaar leert ons hierover het volgende: het Brussels en Waals gewest
passen bijvoorbeeld voor de mensen zonder papieren die al in
België
waren ( hongerstakers bv.) individueel de uitzondering toe en het
Vlaamse Gewest niet en weigert systematisch de arbeidskaart B.
Als deze verschillende toepassing van het toekennen van een arbeidskaart B blijft, zal de regularisatie volgens art 2.8.B ( vreemdelingen met geen 5 jaar verblijf in België) een fiasco worden, zeker in Vlaanderen. De vreemdelingen die in Vlaanderen wonen, zijn geïntegreerd en hebben de taal geleerd maar zullen uit de boot vallen. Ze zijn dan gestraft en moeten een werkgever zoeken in Brussel of Wallonië wat niet zal kunnen gezien ze alleen het Nederlands machtig zijn. Die ongelijkheid tussen de gewesten is ten overstaan van de vreemdelingen onrechtvaardig.
Zelfs als alle gewesten automatisch de arbeidskaart B in deze gevallen zouden toekennen zal het al een mirakel zijn indien de vreemdeling een arbeidscontract krijgt en wel om volgende redenen:
Het is voor een vreemdeling in het algemeen moeilijk om werk te krijgen, zeker voor iemand die op dat ogenblik nog steeds illegaal is en geen verblijfsvergunning kan voorleggen.
De werkgever moet de vreemdeling zijn verhaal van regularisatie geloven, allerlei paperassen invullen en doorsturen naar het ministerie.
Het zal
waarschijnlijk maanden duren eer de vreemdeling, en dus ook de
werkgever een antwoord hebben over een arbeidskaart B, over een
regularisatie en over de werk- en verblijfsvergunning.
We
vragen daarom met aandrang dat de regering de vraag naar een
arbeidskaart B in het geval van een regularisatie volgens art 2.8.B
zou herzien. Dit kan perfect door het opstellen van een KB. Indien
dit niet gebeurt zouden alle Gewesten in dit land minimum moeten
overeenkomen om eenzelfde houding aan te nemen en om de uitzondering
om “economische of sociale redenen” zoals voorzien
in de wet,
toe te passen voor de regularisaties tussen 15 september en 15
december. Ze zouden dan voor deze gevallen, automatisch een positief
advies geven op elke vraag voor een arbeidskaart B gestaafd door een
reëel arbeidscontract.
Zou
het niet wraakroepend zijn dat vreemdelingen die aan alle criteria
voldoen en die willen werken en een arbeidscontract hebben van een
werkgever, dat die geen arbeidskaart B zouden ontvangen en niet mogen
werken. Daardoor zouden ze buiten hun schuld ook geen
verblijfsvergunning ontvangen.
De
wanhoop en woede bij de vreemdelingen zou dan terecht zeer groot
zijn.
We
hopen dat de politici de ernst van dit probleem zullen inzien en er
dringend een oplossing zullen aan geven. Het kan toch niet de
bedoeling zijn van politici om criteria op te stellen om het probleem
van de mensen zonder papieren op te lossen en dat ze tezelfdertijd
obstakels inbouwen zodat de vreemdeling in de praktijk niet kan
geregulariseerd worden.
Zonder
dringende regeling komen we opnieuw terecht in de chaos die er de
laatste jaren is geweest.
Pol
Van Camp,
woordvoerder
vereniging recht op migratie